Hoorzitting Geneesmiddelenbeleid Tweede Kamer

28-01-2013 | Bas Arents | Dossiers, Overheveling geneesmiddelen, Rechtzaak

Door middel van de politieke lobby van de NAPCO zijn we erin geslaagd om de tweede kamer tot een hoorzitting te bewegen. Deze gaat over de problematiek met betrekking tot de inkoop van de farmaceutische zorg in de eerste lijn. Inmiddels is deze hoorzitting op 24 januari gehouden en verschillende partijen waaronder de KNMP, verzekeraars, adviseurs, Nefarma en NAPCO hebben stukken daarvoor ingediend en mondeling toelichting gegeven.

Vooruitzicht

De verwachting is dat de kamer binnenkort met de minister een Algemeen Overleg zal entameren waarbij een drietal lijnen bij elkaar komen: de rapportage van de “verkenners” (i.c. de commissie Rinnooy-Kan), de recente Marktscan en de input van de hoorzitting.

Vervolg

Voor wat betreft de inbreng van de andere partijen, verwijzen wij naar de door of jegens hen te verstrekken informatie. NAPCO pleit ervoor dat er in overleg met alle partijen én de politiek op basis van zorg- gedreven farmacie een alternatief voor de huidige wijze van inkoop van farmaceutische zorg in de eerste lijn ontwikkeld wordt waarbij recht gedaan wordt aan de belangen van de verschillende betrokken partijen.

Brief NAPCO aan de Tweede Kamer

Hieronder vindt u de tekst van de brief die NAPCO in verband met de hoorzitting heeft gestuurd aan de woordvoerders geneesmiddelenbeleid in de Tweede Kamer:

De Napco is een organisatie van 657 zelfstandig gevestigde apothekers, en kan vanuit haar positie in de kolom een visie geven op het functioneren van de ‘markt’, op transparantie en kostenbesparingen in de bredere zin binnen de farmaceutische kolom.

1. Een apotheek is een onderneming
In ons systeem van vraag (zorgverzekeraar) en aanbod (apotheker) is er sprake van een enorme marktdominantie van de zorgverzekeraar. Deze heeft de keuze om wel of niet te contracteren en de individuele apotheker feitelijk niet. Zou deze niet contracteren dan is de keuze: patiënten massaal contant laten betalen in een apotheek (en de meeste cliënten zullen weglopen..) of wèl bepaalde diensten leveren aan de ene patiënt, met wiens verzekeraar wel een contract is, en aan de andere patiënt niet, met wiens verzekeraar geen contract is. Vreemde en ongewenste situaties die leiden tot een verslechterde toegankelijkheid van farmaceutische zorg. De gevoeligheid van de apotheker voor zijn patiënten (cliënten)-omgeving en zijn ethiek om patiënten gelijk te willen behandelen veroorzaakt mede een ongelijk speelveld tussen vraag en aanbod.
Dit kan verbeterd worden: vertrouwen dient herwonnen te worden tussen apothekers en zorgverzekeraars, betere kwaliteitsafspraken met beter verdeelde tarieven voor de apotheker. Zorgverzekeraars moeten inzien dat een apotheek een onderneming is, en daar ook naar handelen. Napco gelooft dat dit een door visie gedreven investering is, en op langere termijn tot substantiële bezuinigingen in de zorg zal leiden.
Veel apotheken hebben het financieel erg zwaar na 2012: 25% maakt verlies, 35% speelt quitte en 40% maakt een beetje tot redelijke winst. Een startende ondernemer heeft hogere lasten dan iemand die al heel lang onderneemt en al zijn schulden heeft afgelost. Een apotheek moet financierbaar blijven qua personeelsrisico, voorraad, inventaris en werkkapitaal voor een bank. Deze banken vereisen, zeker in deze tijden, een bepaald rendement. De Napco pleit voor een normatieve vaststelling van een maatschappelijk aanvaardbaar rendement uit de onderneming, net zoals ziekenhuizen een bepaald rendement mogen maken.

2. Het prijsbeleid en preferentiebeleid van zorgverzekeraars kan veel beter uitvoerbaar en transparanter
Het preferentiebeleid heeft tot hoge besparingen geleid op middelen die uit patent zijn gegaan. De Napco is voorstander van deze maatschappelijke besparingen. Anderzijds heeft het vertrouwen in geneesmiddelen bij patiënten een enorme deuk opgelopen. Het preferentiebeleid heeft geleid tot vele wisselingen van merken bij met name de chronische, vaak oudere, kwetsbaardere patiënt. Hier is al veel over gezegd in de media, oa bij Radar (TROS). Therapietrouw is al een enorm (kostbaar) probleem, maar wordt hierdoor een nog veel groter probleem. Verminderd vertrouwen door deze merkwisselingen betekent een verminderde therapietrouw. Daarnaast wordt de preferentiedruk van de verzekeraars een aantal patiënten noodlottig omdat niet in alle gevallen de werking van een substituut geheel gelijk is aan het middel waarop de patiënt initieel is ingesteld (bv Parkinson, Epilepsie middelen, immuunmodulerende middelen)
Voor één middel kunnen 4 verschillende vergoedingsprijzen gelden, afhankelijk van de verzekeraar. Ook dit is niet uit te leggen aan een klant die de prijzen vergelijkt, en dit veroorzaakt nog meer wantrouwen in het systeem. Tot slot moge duidelijk zijn dat het systeem tot enorme hoge administratieve druk in de apotheken heeft geleid.
De Napco zou graag een systeem zien waarin er wel prijsconcurrentie kan plaatsvinden op nieuwe uit-patent middelen, maar geen preferentie indien de prijs inmiddels zo laag is dat het feitelijk niet meer uitmaakt welk merk wordt geselecteerd. Dit systeem is inmiddels uitgewerkt en levert macro geen hogere kosten op voor de patiënt maar wel keuzevrijheid voor de patiënt. De basis van dit systeem is dat er een vaste prijs per preferent generiek middel wordt gekozen. Het prijsniveau wordt bepaald aan de hand van de op twee na laagste prijs van een geneesmiddel.

3. De prestaties 2 t/m 5 kunnen besparingen veroorzaken
In een lang traject waar ook de zorgverzekeraars bij betrokken zijn geweest zijn er uiteindelijk 11 prestaties ontwikkeld. Prestatie 1 is het ‘ouderwetse’ aannemen, controleren, invoeren, medicatiebewaking, dispenseren uit voorraad en voorlichten, en controle achteraf, onder anderen.
2 t/m 5 betreffen respectievelijk uitleg geneesmiddel gerelateerd hulpmiddel, medicatiebeoordeling, opname- en ontslagbegeleiding. Deze worden amper ingekocht. Juist hier zit een zeer belangrijke toegevoegde waarde van de apotheker/apotheek benut zou kunnen en moeten worden. De Napco zou graag zien dat het echt belangrijke apothekerswerk, namelijk begeleiding en bewaking van de patiënt middels een medicatiebeoordeling, alswel het leveren van complexere zorg bij ontslag en/of opname en het geven uitgebreidere voorlichting beter en meer ingekocht wordt tegen een betere beloning. Overigens wil dat niet zeggen dat de zorg duurder moet worden, alleen moeten de kosten beter verdeeld worden.
Het is immers aangetoond dat patiënten, die achter hun therapie staan, veel trouwer zijn. Ook als zij meer vertrouwen in de behandelaars hebben, waaronder de apothekers, neemt de therapietrouw toe. Gezien de lage landelijke therapietrouw is hier enorm veel te winnen. Met een goed medicatiebeleid en een hoge therapietrouw zijn hoge kosten in de vaak duurdere tweedelijnszorg voor een groot deel te vermijden. Denk maar eens aan het verminderen van indirecte kosten zoals hogere ziektelasten, meer ziekenhuis opnames, van bijvoorbeeld slecht ingestelde diabetici en bloeddrukpatiënten die niet goed ingesteld zijn is.

4. Het hulpmiddel instructie en medicatiebeoordeling (prest. 2 en 3)
De hulpmiddel instructie en medicatiebeoordeling (prest. 2 en 3) kunnen ook door huisartsen gedaan en gedeclareerd worden. Dit komt dan echter niet ten laste van het eigen risico, en wel indien het door de apotheek wordt uitgevoerd! Dit geeft een ongelijke uitgangspositie en is een vreemde fout in het systeem.

5. Overheveling ‘dure’ of ‘specialistische’ geneesmiddelen maakt de zorg onnodig duurder, en maakt de zorg bovendien onveilig
99% van alle Nederlanders hanteren een vaste apotheek waar zij in principe (voor zover dit mag wegens de contracten van de verzekeraars) al hun medicijnen komen halen. Door de overheveling van geneesmiddelen naar de ziekenhuizen versplinteren de medicatiedossiers, en dit geeft risico’s. Summier onderzoek laat zien dat lang niet alle overgehevelde middelen worden gecommuniceerd naar de ‘huis’apotheek. Daardoor raakt het medicatiedossier bij de ‘huis’apotheek incompleet. 1 op de 3 Nederlanders gebruiken minimaal 1x per jaar een sterk interacterend middel met één van de over te hevelen middelen. Het medicatiedossier bij de huisapotheker moet dus compleet zijn. Als de informatieoverdracht vanuit het ziekenhuis niet vlekkeloos gaat lopen dan gaan hier beslist ongelukken gebeuren. Wij zijn daar als Napco van overtuigd. De eerstelijns farmacie is uitstekend geautomatiseerd, daar hebben apothekers collectief en individueel heel veel in geïnvesteerd in de afgelopen decennia. Dit is in de tweede lijn helaas nog lang niet het geval en het LSP loopt momenteel wel enige vertraging op. Slechts 10% van de ziekenhuizen zijn aangesloten op het LSP.
Napco is er van overtuigd dat de zorg in de tweede lijn altijd duurder en minder toegankelijk zal zijn dan de zorg in de eerste lijn, de zorg in de buurt. Niet voor niets wordt in het beleid zoveel mogelijk nagestreefd om tweedelijnszorg te vervangen door eerste lijnszorg. Met de overheveling wordt zo, gek genoeg, een omgekeerde beweging gemaakt.
Bovendien, de besparingen door een betere inkoop zijn met de eerste tranche van de overheveling bij lange na niet waargemaakt. Wel kan er substantieel in deze categorie bespaard worden door kritischer voor te schrijven, maar dan kan het ook via de eerste lijn, de openbare apotheek, verstrekt worden aan de patiënten. De dubbele aanspraak is wat ons betreft een formaliteit welke op te lossen is. Ofwel het ziekenhuis sluit een overeenkomst met de lokale apotheken voor de inkoop, verstrekking en bewaking ofwel de middelen gaan volledig naar het extramurale budget. Hiermee verdwijnt in één klap het probleem van de dubbele aanspraak. Daar is geen overheveling voor nodig.

Conclusie
Vele malen per dag grijpt een apotheker in bij de receptafhandeling om iedere patiënt te voorzien van het juiste medicijn met de juiste begeleiding. Door de patiëntspecifieke medicatiebewaking voorkomen apothekers ongewenste interacties en ziekenhuisopnames, en leveren hiermee een belangrijke bijdrage aan de gezondheid van patiënten en aan de kostenbeheersing van de gezondheidszorg.

Met het juiste beleid en bijbehorende stimuli zal deze bijdrage nog veel groter worden. Apothekers moeten dan wel in staat worden gesteld om ook de toenemende en steeds meer complexe zorgvraag te kunnen beantwoorden. De vertrouwensrelatie met de patiënt is cruciaal. Hierbij dienen apothekers farmaceutische zorg op maat voor de patiënt te kunnen blijven leveren conform hun professionaliteit en beroepsethiek. Duidelijk is dat het preferentiebeleid bij de inkoop van zorg door verzekeraars een eenzijdige focus legt op de financiële aspecten en niet of nauwelijks op de kwalitatieve aspecten ervan. Systemen richten zich in hun uitwerking nu eenmaal op het vergoedingssysteem. Ook hier is dat het geval. Voorlopig zal het preferentiebeleid geoptimaliseerd moeten worden. Maar eigenlijk is het nodig dat er een heel nieuw financieringsbeleid wordt opgezet.

Marktwerking kan wellicht positief uitpakken, maar dan wel in een aangepaste vorm. Beloning die past bij de werkzaamheden van de apotheker, zonder een macro kostentoename. Transparante prijzen en tarieven zijn noodzakelijk voor de patiënt en de apotheker. Een abonnement voor de ‘huis’apotheker voor bijv. het dossierhouderschap zou ook een mogelijkheid kunnen zijn. Dit zal de farmaceutische zorg voor alle belangrijke zorgverleners (huisarts, specialist en apotheker) om de patiënt heen vereenvoudigen en dus verbeteren.

Wij bedanken u bij voorbaat voor de aandacht die u aan deze zaak wilt schenken.

Geef een reactie