Afgelopen woensdag werden in de Tweede Kamer opnieuw moties ingediend over de discussie rond de Overheidsbijdrage in de Arbeidskostenontwikkeling (OVA) voor openbare apotheken. Dit heeft te maken met het loonconflict van apothekersassistenten. Tijdens het debat vroegen Kamerleden om duidelijkheid over de rol van het Integraal Zorgakkoord (IZA). Openbare apotheken hebben dit akkoord niet ondertekend.
Minister Agema lichtte in haar reactie toe hoe de IZA afspraken voor de openbare farmacie geïnterpreteerd moeten worden.
Opnieuw lieten Kamerleden hun betrokkenheid zien bij het CAO conflict over de lonen van de apothekersassistenten en de rol van de OVA gelden daarbij.
Kamerleden Dobbe (SP)/Bushof (GroenLinks-PvdA) en Tielen (VVD)/Paulusma (D66) dienden beiden een motie in met die strekking. Daarbij werd verwezen naar afspraken die binnen het IZA met partijen zijn gemaakt over het beschikbaar maken van de OVA gelden. Bij contractonderhandelingen moet dit als startpunt worden gehanteerd. De openbare apothekers zijn echter geen ondertekenaars van het IZA en daarmee is discussie ontstaan of deze afspraken ook voor hen van toepassing zijn.
Mede dankzij scherpe aanvullende vragen van Bushof (PvdA-GroenLinks) werd daar meer duidelijkheid in gebracht. Minister Agema bevestigd dat openbare apothekers geen ondertekenaars van het IZA zijn maar wel vallen onder het totaalbudget van 3,7 miljard aan OVA gelden. Bovendien stelt zij dat de afspraak in het IZA om deze beschikbare middelen zonder korting door te zetten ook voor de openbare farmacie van toepassing is.
Aanvullend hierop verzoekt Tielen de minister om zorgverzekeraars en zorgaanbieders te wijzen op deze IZA-afspraken. Ook wil ze dat de Minister de Kamer informeert als er bij de NZa gemeld wordt dat deze afspraken geschonden worden.
Beide moties worden door de Minister ontraden maar zullen dinsdag as. in stemming gebracht worden.
Hier leest u de brief van de Minister over de OVA
